Doelgroep
Denk eerst goed na over de doelgroep, voor wie wil je de film maken.
Het doel van de film
Wat wil je zeggen met de film, m.a.w. wat wil je overbrengen.
De opbouw van de film
Een film is te onderscheiden in : de Kop, het Middendeel en de Staart.
De KOP / Het begin van de film dient voorafgegaan te worden door een aanloop van tenminste 10 seconden ‘intens zwart’. Na een infade begint dan de film waarbij gekozen kan worden voor titels op een zwarte achtergrond of over een stilstaand beeld bijvoorbeeld. Het komt echter steeds meer voor dat de titels pas na de inleidende beelden worden verwerkt, dit geeft een betere indruk, mits dan de plaatsing in het bewegende beeld goed gekozen wordt. Voor titels geldt dat er geen leestekens in gebruikt worden, dat ze bondig dienen te zijn, beslist niet te groot en van een lettertype dat past bij de sfeer van de beelden. De titels zijn het ‘visitekaartje’ van de filmer, te weinig aandacht voor het lettertype en de kleur geven al snel een rommelige indruk. Kies een titel die de kijker nieuwsgierig maakt, hem/haar op het verkeerde been zet en origineel is. Bedenk ook eens een verrassende start van je film door bijvoorbeeld van de chronologische volgorde af te wijken of met een deel van een scène te beginnen die pas veel later in het verhaal echt wordt uitgewerkt. Probeer een eigen stijl te ontwikkelen, geen succes(en) van anderen kopiëren. Laat titels niet te lang staan.
Het MIDDENSTUK kan worden opgebouwd als één geheel of uit diverse hoofdstukjes. Let er vooral op hoe zo’n geheel wordt vormgegeven of hoe de hoofdstukjes onderling verbonden worden. Hierbij valt te denken aan interviews die dan goed verdeeld over de film dienen te worden. Lange shots kunnen worden onderbroken door inserts, maar nooit een enkele insert, want dat doet vermoeden dat er een fout weggewerkt moest worden. Zorg voor stabiele beelden, deze komen uitsluitend van camera’s die op statief staan of eventueel de camera ergens op steunen. Ook een goed schouderstatief of steunen tegen een muur/paal kan redelijke beelden opleveren. Vooral veel variatie in camerastandpunt en voldoende close-ups maken het mogelijk een aantrekkelijke montage uit te voeren waarbij de kijker zich betrokken voelt bij het onderwerp.
Let vooral op een goede structuur in het verhaal, laat beelden niet te lang staan, maar ook niet te kort. Laat de kijker actief meedoen in de ontwikkeling van de film. Maak voldoende shots om moeilijke overgangen te kunnen maskeren en voor inserts.
De STAART. De afronding moet voor de kijker ook echt het einde vormen, bijvoorbeeld door een korte terugblik of samenvatting. Ook de muziek moet gelijk met de film echt eindigen. Een aftiteling met EINDE is niet meer van deze tijd, maar aftiteling hoort bij de film, besteed er voldoende aandacht aan om aan het einde de film niet te verpesten. Een slotinterview kan ook een aardige afsluiting vormen, maar bedenk eens een verrassend/pakkend slot, dat men zich lang zal herinneren. Zorg dat er aan het einde van de film ook een stuk intens zwart zit van minstens 20 seconden.
Zo wordt jouw film voor de kijkers een mooier en boeiender film.
